Achter de schermen van de bontindustrie: fabrieksboerderijen.

Vijfentachtig percent van de huiden die de bontindustrie gebruikt, komen van dieren die in gevangenschap in bontfokkerijen leven (1). Deze fokkerijen kunnen duizenden dieren huisvesten en de praktijken die worden gebruikt zijn overal ter wereld opmerkelijk éénvormig. Zoals in andere takken van intensieve fokkerij, worden de methodes die op de bontfokkerijen worden gebruikt, ontworpen om de winst te maximaliseren en die methodes gaan altijd ten koste van de dieren.

Korte levens vol pijn

Het meest gefokte pelsdier is de nerts, gevolgd door de vos. Chinchilla's, lynxen, en zelfs hamsters worden ook gekweekt voor hun pels (2). Vierenzestig percent van de bontfokkerijen zijn gevestigd in Noord-Europa, 11 percent in Noord-Amerika, en de rest is over de hele wereld verspreid, in landen zoals Argentinië en Rusland (3). Nertsenfokkers kweken gewoonlijk één keer per jaar met de vrouwelijke dieren.
Na de eerste stevige vrieskou overleven drie of vier jongen per nest die worden gedood als ze ongeveer een half jaar oud zijn, afhankelijk van het land waarin ze leven. De nertsen die voor het fokken worden gebruikt, worden vier tot vijf jaar in leven gehouden(4). De dieren - gehuisvest in onwaarschijnlijk kleine kooien - leven in constante angst, spanning, ziekte, parasieten en andere fysieke en psychologische ontberingen en dat alles omwille van de bontindustrie die jaarlijks miljarden euro’s winst maakt.


Miljoenen konijnen worden geslacht voor hun vlees, in het bijzonder in China, Italië, en Spanje. Konijnenbont wordt onterecht beschouwd als een zuiver bijproduct van de vleesconsumptie, de konijnenbontindustrie vereist echter de dichtere vacht van oudere dieren (vleeskonijnen worden gedood op de leeftijd van 10 tot 12 weken). De Verenigde Naties rapporteren dat "weinig huiden tegenwoordig uit slachthuizen komen " en landen zoals Frankrijk doden wel 70 miljoen konijnen per jaar voor hun pels, die gebruikt wordt voor kleding, voor de productie van lokaas voor de sportvisserij en voor versiering van allerhande prullaria (5).


Het leven op de ‘boerderij’

Om de kosten te drukken, proppen de bontfokkers de dieren in kleine kooien, waarin ze zich amper kunnen bewegen. Overbevolking en gevangenschap veroorzaken stress bij de nertsen, solitaire dieren die in het wild in een territorium van ongeveer 1000 hectaren moerasland leven (6). De angst die het leven in een kooi meebrengt, leidt tot zelfverminking: de nertsen bijten dwangmatig in hun huid, aan staarten en poten en draaien eindeloos rondjes. Biologen van de Universiteit van Oxford die nertsen in gevangenschap bestudeerden, concludeerden dat ondanks vele generaties gefokte pelsdieren, nertsen zich niet aangepast hebben aan een leven in gevangenschap en zeker niet wanneer ze niet de kans krijgen om te zwemmen (7). Vossen, wasberen en andere dieren lijden eveneens en gaan vaak over tot kannibalisme als reactie op overbevolking en gevangenschap.

De dieren op de bontfokkerijen worden gevoerd met vleesbijproducten die ongeschikt worden bevonden voor menselijke consumptie. Drinkwater wordt verstrekt door zuigsystemen die in de winter vaak bevriezen of niet werken door menselijke fouten.


Ziekten en parasieten

Dieren in pelsfokkerijen zijn meer vatbaar voor ziekten dan hun in vrijheid levende soortgenoten. Besmettelijke ziekten zoals longontsteking worden snel overgedragen van kooi tot kooi, net zoals vlooien, teken, luizen en mijten. En ziekteoverdragende vliegen tieren welig in het rottend afval dat zich vaak maandenlang onder de kooien ophoopt. Videobeelden en foto's die door undercover onderzoekers worden gemaakt, tonen ernstig zieke en gewonde dieren die niet verzorgd worden, aan hun lot worden overgelaten en langzaam sterven.


Onnatuurlijke omgeving

De kooien van de bontfokkerijen staan vaak in open loodsen die weinig of geen bescherming bieden tegen wind of slecht weer. Hun vacht alleen is niet genoeg om hen in de winter tegen de koude te beschermen en in de zomer hebben de nertsen het veel te warm omdat ze niet over water beschikken waarin ze kunnen afkoelen. Als de nertsen zichzelf aanleren om te ‘douchen’ door tegen hun drinkwaterknoppen te duwen, zal de pelsdierfokker het systeem veranderen om zelfs deze povere verlichting weg te nemen.


Vergif en pijn

Ontoereikende wetten ‘beschermen’ de dieren in bontfokkerijen en de slachtmethodes zijn gruwelijk. Omdat voor bontfokkers enkel en alleen de kwaliteit van het bont telt, gebruiken zij slachtmethodes die de vacht intact houden maar die extreem veel lijden voor de dieren veroorzaken.

Kleine dieren worden in dozen gepropt en vergiftigd met de hete, ongefilterde dampen uit de motoruitlaat van een vrachtwagen. Deze uitlaatgassen zijn niet altijd dodelijk en sommige dieren ontwaken terwijl ze worden gevild. Grotere dieren krijgen een klem of staaf in hun bek en een in hun anus en worden zo langzaam geëlektrocuteerd.
Andere dieren worden vergiftigd met strychnine. Ze stikken omdat hun spieren verkrampt raken. Vergassen, decompressiekamers en het breken van de nek zijn andere vaak toegepaste slachtmethodes.

De bontindustrie weigert zelfs flagrant wrede moordmethodes te veroordelen. Genitale elektrocutie wordt door het Euthanasie-panel (1993) van de Amerikaanse Veterinaire Medische Vereniging (AVMA) als onaanvaardbaar beschouwd. De dieren lijden de immense pijn die veroorzaakt wordt door een hartstilstand en dit terwijl ze volledig bij bewustzijn zijn. In 1994 was Indiana de eerste Amerikaanse staat die een bontfokker voor de rechtbank daagde wegens genitale elektrocutie van chinchilla’s. Beelden van PETA medewerkers lagen aan de basis van dit arrest.
De chinchilla bontindustrie vindt dat elektrocutie en het breken van de nek acceptabele methoden zijn. (8)

In 1995 diende een districtsprocureur klacht in tegen huidenleverancier Frank Parsons in Salisbury, Md., voor het inspuiten van een mengsel van alcohol en onkruidverdelger in de borst van nertsen. PETA’s undercover onderzoekers hebben het gebruik van het illegale pesticide, Blackleaf 40, door Parsons op videobeelden vastgelegd. De nertsen stierven een erg pijnlijke en langzame dood.


Zou u de vacht van uw hond dragen?  

Een geheim onderzoek door de Humane Society of the United States, waarvan in 1998 melding wordt gemaakt in een Dateline NBC stuk, openbaarde dat honden- en kattenbont een miljoenenindustrie in Azië is en verklaarde dat jassen en speelgoed, gemaakt van het bont van gedomesticeerde honden, in de V.S. verkocht worden (nvdr: en ook in Europa). "Er bestaan geen federale wetten die verhinderen dat honden- en kattenbont in dit land ingevoerd worden," stelt Dateline. "Als het geïmporteerde item minder dan $150 kost, hoeft de importeur zelfs niet te openbaren waar het van is gemaakt. Dateline toonde beelden van een Duitse herder die met zijn staart kwispelt en met zijn hoofd gefixeerd is, een paar ogenblikken voor het dier levend gevild wordt.
Een kat wacht in een overvolle kooi haar beurt af. Eén voor één worden haar lotgenoten verstikt, omhoog geslingerd, en opgehangen. (9) Nieuwe wetgeving verbande de invoer of de verkoop van kleding die honden- of kattenbont bevat, maar het bont komt het land illegaal binnen aangezien de labels opzettelijk verkeerde informatie bevatten en dit bedrog slechts kan worden ontdekt door dure DNA-tests.


Vernietiging van het milieu

In tegenstelling tot wat de propaganda van de bontindustrie wil laten geloven, vernietigt de bontproductie het milieu. De energie die nodig is om een echte bontjas te produceren van de huiden van op bontfarms gekweekte dieren, is ongeveer 20 keer hoger dan de energie nodig voor het vervaardigen een namaak bontjas (10). Door de chemische behandeling die wordt toegepast om het rottingsproces van het bont tegen te gaan is het niet langer biologisch afbreekbaar. Het gebruik van deze chemische producten is ook gevaarlijk aangezien ze waterverontreiniging kunnen veroorzaken.

Iedere nerts scheidt ongeveer 22 kilo fecaliën uit. Gebaseerd op het totaal aantal nertsen die in de V.S. in 1999 werden gevild, 2,81 miljoen dieren, produceren de nertsfokkerijen ongeveer 62.000 ton mest per jaar. Dat resulteert in bijna 1.000 ton fosfor dat verwoesting van waterecosystemen (11) veroorzaakt.


Schapenbont in kleding

De bontverkoop daalt, maar de verkoop van shearling  - huid van lammeren met de wol eraan vast - is toegenomen. Sommige bontfabrikanten vermommen nertsenbont als shearling. (12) Vele mensen zijn zich onbewust van de oorsprong van shearling en van het feit dat de verkoop van shearling de schapenkwekers ertoe aanzet om hun kudden te vergroten, wat bijdraagt aan het ellendige bestaan van de schapen .
In Afghanistan worden karakul schapen gefokt om lammeren te produceren voor jassen en hoeden gemaakt uit "Perzisch lam". Om de "topkwaliteit" van de vacht van de lammeren te garanderen, wordt de moeder gedood vlak voor de geboorte van het lam en wordt haar foetus uit haar lichaam gesneden. De huiden van de ongeboren lammeren zijn gegeerd in de modewereld voor hun zijdeachtige glans. Voor de productie één karakul hoed is de huid van een volledig lam nodig (13).


Aftakelende industrie

Oostenrijk en het Verenigd Koninkrijk hebben bontfokkerijen op hun grondgebied verboden en Nederland elimineert sinds april 1998 geleidelijk vossen-  en chinchillakwekerijen (14). De V.S. telt ongeveer 324 resterende nertsenfokkerijen, in 1988 waren er dat nog 1.027 (15).
Bont is sociaal steeds minder aanvaard en dat ondervond supermodel Naomi Campbell aan den lijve. De toegang tot een trendy club in New York werd haar ontzegd omdat zij bont droeg. De eigenaar van de club zegde: "Ik hou echt van dieren en ik wilde de goede kant kiezen." (16).


Humane keuze

De consument moet weten dat elke bontjas, bontvoering, of product dat versierd werd met bont het intense lijden van verscheidene dozijnen dieren veroorzaakt. Dieren die werden gevangen met klemmen, opgesloten zaten in erbarmelijke omstandigheden of zelf niet eens geboren werden.  Deze wreedheden zullen pas stoppen als het publiek weigert om bont te kopen of te dragen. Zij die de feiten over bont kennen, moeten deze info in het belang van de lijdende dieren doorgeven aan de onwetenden. Voor meer informatie, bezoek www.FurIsDead.com. (Bron van artikel: PETA)


Referenties
1) "Facts on Furs," International Fur Trade Federation, 2000.
2) "To Make 1 of These . You Need 183 of These," E.S. Magazine, 27 Oct. 2000.
3) "Fur Farming," International Fur Trade Federation, 2000.
4) "General Livestock," The Digital Daily, U.S. Internal Revenue Service, Department of the Treasury.
5) Food and Agriculture Organization of the United Nations, The Rabbit: Husbandry, Health and Production, No. 21 (Rome: 1997).
6) "Minks," The Nebraska Game & Parks Commission .
7) "What Captive Minks Miss Most-Swimming," Reuters, 28 Feb. 2001.
8) "Standard Guidelines for the Operation of Chinchilla Ranches," Ontario Ministry of Agriculture and Food, Mar. 1998.
9) Dateline NBC, 15 Dec. 1998.
10) Gregory H. Smith, "Energy Study of Real vs. Synthetic Furs," University of Michigan, Sep. 1979.
11) S.J. Bursian, G.M. Hill, R.R. Mitchell, and A.C. Napolitano, "The Use of Phytase as a Feed Supplement to Enhance Utilization and Reduce Excretion of Phosphorous in Mink," 2003 Fur Rancher Blue Book of Fur Farming, Department of Animal Science, Michigan State University.
12) Joan Verdon, "The Golden Fleece," Hackensack Record, 21 Sep. 2002.
13) Paul Haven, "Karzai's Hat Made From Lamb Fetus," Associated Press, 23 Apr. 2002.
14) Eurogroup for Animal Welfare, "Commission Report Reveals Serious Welfare Problems in Fur Farming," 20 Dec. 2001.
15) Sandy Parker, Sandy Parker Reports: Weekly International Fur News, 13 Oct. 2003.
16) "Fur Flies Out of Fashion," MX, 13 Sep. 2002, p. 30.


 


Warning: mysql_free_result(): supplied argument is not a valid MySQL result resource in /home/users/A000715/biteback.be/www.biteback.be/bontvrij/factsarticle.php on line 47