![]() |
Achter de schermen van de bontindustrie: fabrieksboerderijen.Vijfentachtig percent van de huiden die de bontindustrie gebruikt, komen van dieren die in gevangenschap in bontfokkerijen leven (1). Deze fokkerijen kunnen duizenden dieren huisvesten en de praktijken die worden gebruikt zijn overal ter wereld opmerkelijk éénvormig. Zoals in andere takken van intensieve fokkerij, worden de methodes die op de bontfokkerijen worden gebruikt, ontworpen om de winst te maximaliseren en die methodes gaan altijd ten koste van de dieren.
Korte levens vol pijn Het meest gefokte pelsdier is de nerts, gevolgd door de vos. Chinchilla's, lynxen, en zelfs hamsters worden ook gekweekt voor hun pels (2). Vierenzestig percent van de bontfokkerijen zijn gevestigd in Noord-Europa, 11 percent in Noord-Amerika, en de rest is over de hele wereld verspreid, in landen zoals Argentinië en Rusland (3). Nertsenfokkers kweken gewoonlijk één keer per jaar met de vrouwelijke dieren.
Om de kosten te drukken, proppen de bontfokkers de dieren in kleine kooien, waarin ze zich amper kunnen bewegen. Overbevolking en gevangenschap veroorzaken stress bij de nertsen, solitaire dieren die in het wild in een territorium van ongeveer 1000 hectaren moerasland leven (6). De angst die het leven in een kooi meebrengt, leidt tot zelfverminking: de nertsen bijten dwangmatig in hun huid, aan staarten en poten en draaien eindeloos rondjes. Biologen van de Universiteit van Oxford die nertsen in gevangenschap bestudeerden, concludeerden dat ondanks vele generaties gefokte pelsdieren, nertsen zich niet aangepast hebben aan een leven in gevangenschap en zeker niet wanneer ze niet de kans krijgen om te zwemmen (7). Vossen, wasberen en andere dieren lijden eveneens en gaan vaak over tot kannibalisme als reactie op overbevolking en gevangenschap. De dieren op de bontfokkerijen worden gevoerd met vleesbijproducten die ongeschikt worden bevonden voor menselijke consumptie. Drinkwater wordt verstrekt door zuigsystemen die in de winter vaak bevriezen of niet werken door menselijke fouten.
Dieren in pelsfokkerijen zijn meer vatbaar voor ziekten dan hun in vrijheid levende soortgenoten. Besmettelijke ziekten zoals longontsteking worden snel overgedragen van kooi tot kooi, net zoals vlooien, teken, luizen en mijten. En ziekteoverdragende vliegen tieren welig in het rottend afval dat zich vaak maandenlang onder de kooien ophoopt. Videobeelden en foto's die door undercover onderzoekers worden gemaakt, tonen ernstig zieke en gewonde dieren die niet verzorgd worden, aan hun lot worden overgelaten en langzaam sterven.
De kooien van de bontfokkerijen staan vaak in open loodsen die weinig of geen bescherming bieden tegen wind of slecht weer. Hun vacht alleen is niet genoeg om hen in de winter tegen de koude te beschermen en in de zomer hebben de nertsen het veel te warm omdat ze niet over water beschikken waarin ze kunnen afkoelen. Als de nertsen zichzelf aanleren om te ‘douchen’ door tegen hun drinkwaterknoppen te duwen, zal de pelsdierfokker het systeem veranderen om zelfs deze povere verlichting weg te nemen.
Ontoereikende wetten ‘beschermen’ de dieren in bontfokkerijen en de slachtmethodes zijn gruwelijk. Omdat voor bontfokkers enkel en alleen de kwaliteit van het bont telt, gebruiken zij slachtmethodes die de vacht intact houden maar die extreem veel lijden voor de dieren veroorzaken. Kleine dieren worden in dozen gepropt en vergiftigd met de hete, ongefilterde dampen uit de motoruitlaat van een vrachtwagen. Deze uitlaatgassen zijn niet altijd dodelijk en sommige dieren ontwaken terwijl ze worden gevild. Grotere dieren krijgen een klem of staaf in hun bek en een in hun anus en worden zo langzaam geëlektrocuteerd. De bontindustrie weigert zelfs flagrant wrede moordmethodes te veroordelen. Genitale elektrocutie wordt door het Euthanasie-panel (1993) van de Amerikaanse Veterinaire Medische Vereniging (AVMA) als onaanvaardbaar beschouwd. De dieren lijden de immense pijn die veroorzaakt wordt door een hartstilstand en dit terwijl ze volledig bij bewustzijn zijn. In 1994 was Indiana de eerste Amerikaanse staat die een bontfokker voor de rechtbank daagde wegens genitale elektrocutie van chinchilla’s. Beelden van PETA medewerkers lagen aan de basis van dit arrest. In 1995 diende een districtsprocureur klacht in tegen huidenleverancier Frank Parsons in Salisbury, Md., voor het inspuiten van een mengsel van alcohol en onkruidverdelger in de borst van nertsen. PETA’s undercover onderzoekers hebben het gebruik van het illegale pesticide, Blackleaf 40, door Parsons op videobeelden vastgelegd. De nertsen stierven een erg pijnlijke en langzame dood.
Een geheim onderzoek door de Humane Society of the United States, waarvan in 1998 melding wordt gemaakt in een Dateline NBC stuk, openbaarde dat honden- en kattenbont een miljoenenindustrie in Azië is en verklaarde dat jassen en speelgoed, gemaakt van het bont van gedomesticeerde honden, in de V.S. verkocht worden (nvdr: en ook in Europa). "Er bestaan geen federale wetten die verhinderen dat honden- en kattenbont in dit land ingevoerd worden," stelt Dateline. "Als het geïmporteerde item minder dan $150 kost, hoeft de importeur zelfs niet te openbaren waar het van is gemaakt. Dateline toonde beelden van een Duitse herder die met zijn staart kwispelt en met zijn hoofd gefixeerd is, een paar ogenblikken voor het dier levend gevild wordt.
In tegenstelling tot wat de propaganda van de bontindustrie wil laten geloven, vernietigt de bontproductie het milieu. De energie die nodig is om een echte bontjas te produceren van de huiden van op bontfarms gekweekte dieren, is ongeveer 20 keer hoger dan de energie nodig voor het vervaardigen een namaak bontjas (10). Door de chemische behandeling die wordt toegepast om het rottingsproces van het bont tegen te gaan is het niet langer biologisch afbreekbaar. Het gebruik van deze chemische producten is ook gevaarlijk aangezien ze waterverontreiniging kunnen veroorzaken. Iedere nerts scheidt ongeveer 22 kilo fecaliën uit. Gebaseerd op het totaal aantal nertsen die in de V.S. in 1999 werden gevild, 2,81 miljoen dieren, produceren de nertsfokkerijen ongeveer 62.000 ton mest per jaar. Dat resulteert in bijna 1.000 ton fosfor dat verwoesting van waterecosystemen (11) veroorzaakt.
De bontverkoop daalt, maar de verkoop van shearling - huid van lammeren met de wol eraan vast - is toegenomen. Sommige bontfabrikanten vermommen nertsenbont als shearling. (12) Vele mensen zijn zich onbewust van de oorsprong van shearling en van het feit dat de verkoop van shearling de schapenkwekers ertoe aanzet om hun kudden te vergroten, wat bijdraagt aan het ellendige bestaan van de schapen .
Oostenrijk en het Verenigd Koninkrijk hebben bontfokkerijen op hun grondgebied verboden en Nederland elimineert sinds april 1998 geleidelijk vossen- en chinchillakwekerijen (14). De V.S. telt ongeveer 324 resterende nertsenfokkerijen, in 1988 waren er dat nog 1.027 (15).
De consument moet weten dat elke bontjas, bontvoering, of product dat versierd werd met bont het intense lijden van verscheidene dozijnen dieren veroorzaakt. Dieren die werden gevangen met klemmen, opgesloten zaten in erbarmelijke omstandigheden of zelf niet eens geboren werden. Deze wreedheden zullen pas stoppen als het publiek weigert om bont te kopen of te dragen. Zij die de feiten over bont kennen, moeten deze info in het belang van de lijdende dieren doorgeven aan de onwetenden. Voor meer informatie, bezoek www.FurIsDead.com. (Bron van artikel: PETA)
|
|